HET KINDJE JEZUS IN DE TEMPEL
Jozef en
Maria woonden nog steeds in Bethlehem met het kindje Jezus.
Toen Jezus 40 dagen oud was gingen zij naar de tempel in Jeruzalem. De tempel
was het huis van God en stond in die grote mooie stad Jeruzalem. Alle
Israëlieten gingen met hun oudste
zoon naar de priester in de tempel. De priester legde dan zijn handen op het
kindje en zegende het. Het was net of de ouders het kind teruggaven aan God.
Maria en Jozef wilden dat ook graag doen. Ze waren zo dankbaar voor hun zoon
Jezus en ze wilden God daarvoor danken in de tempel en Hem vragen of Hij voor
hun kindje zorgen
wilde.
Het was de gewoonte dat de ouders dan ook een offer brachten ter ere van God.
Rijke mensen offerden een lam en arme mensen een duif.
Jozef en Maria waren arme mensen en zij offerden 2 duiven.
Maria hield het kindje omhoog en de priester legde zijn handen op Jezus en
zegende hem, zoals hij met alle pasgeboren kindjes deed. Hij wist helemaal niet
dat dit kindje dat hij zegende niet zo maar een kindje was, maar de lang
beloofde Zaligmaker.
Daar kwam een
oude man aanlopen, zijn naam was Simeon. Hij was vaak in de tempel en diende
God.
Zijn ogen straalden en hij keek zo gelukkig. Hij ging direct naar het kindje
Jezus toe en keek hem vol liefde aan. "Dit is de Zaligmaker, die God ons
heeft beloofd", juichte hij. De tranen rolden over zijn wangen van
blijdschap. Daar had hij zo lang op gewacht en het duurde zo lang dat hij er
verdrietig van was geworden. Maar God had hem beloofd, dat Simeon eerst de
Zaligmaker zou mogen zien, voordat hij zou sterven.
En nu was het zo ver. Hij nam het kindje Jezus in Zijn armen en zei: "Nu
wil ik wel sterven Here, want nu heb ik de Zaligmaker gezien". En zijn
blijde woorden werden een lofzang voor God.
Hij zei dat Jezus heel veel mensen gelukkig zou maken, maar dat niet iedereen
zou geloven dat Hij de Messias was.
Tegen Maria zei hij, dat ze eens heel veel verdriet zou hebben.
Maria begreep het niet, maar zij bewaarde al die woorden in haar hart.
Maria en Jozef keken elkaar vol verwondering aan. Hoe kon deze oude man nu weten
dat Jezus de beloofde Messias, de Zaligmaker was?
Toen kwam er
een oude vrouw aanlopen, het was Anna een profetes. Zij was veel in de tempel om
te bidden tot God. En ook zij juichte van blijdschap. "Dit is de
Zaligmaker, die God heeft beloofd . Oh wat ben ik nu blij en gelukkig".
En vol blijdschap ging zij aan iedereen vertellen dat de Zaligmaker gekomen was,
die iedereen gelukkig zou maken.
Jezus was nog
maar heel klein en nu maakte Hij al mensen gelukkig. Zijn ouders, Jozef en
Maria en de herders, die gekomen waren om Hem te aanbidden. En nu Simeon en
Anna, die beide oude mensen, die heel hun leven God hadden gediend.
Maria en
Jozef gingen weer terug naar huis.
In hun hart was blijdschap omdat dit kindje, waar zij voor mochten zorgen, de
Redder zou worden van alle mensen.