|
JEZUS IS DE GOEDE
HERDER
Jezus vertelde eens
een heel mooi verhaal. Daarmee wilde hij de mensen iets leren, luister
maar.
Er was eens een
Herder van een grote kudde schapen, wel honderd. De schapen en de
lammetjes woonden in een stal en de Herder zorgde voor Zijn schaapjes.
Hij kende alle schapen bij naam en de schapen kende de Herder, ze
luisterde graag naar Hem. 's Nachts sliepen de schapen veilig in de stal
en als het morgen geworden was kwam de Herder, opende de deur van de
stal en dan mochten alle schapen naar buiten. De Herder riep ieder
schaapje bij z'n naam en zo gingen ze allemaal op weg. De Herder ging
voorop, Hij wist de weg. Hij wist ook alle mooie plekjes te vinden waar
heerlijk sappig gras groeide en lekkere kruiden, waar de schapen zo van
hielden. Hij leidde hen langs mooie kronkelende beekjes met helder fris
water, zodat de schapen daaruit konden drinken. Als de schaapjes zich
pijn deden, dan riep de Herder het schaapje en zei: "Kom maar bij
Mij, ik zal je helpen". Hij deed olie op de wond om het te
verzorgen, zodat het schaapje niet zo'n pijn meer had.
De Herder hield heel
veel van Zijn schapen. Als de schaapjes maar bij de Herder bleven, dan
waren ze nooit alleen en kregen ze alles wat ze nodig hadden.. De Herder
zorgde niet alleen voor hun eten en drinken, maar Hij zorgde er ook
voor, dat de schaapjes veilig waren. Als er wilde dieren kwamen, die de
schapen kwaad wilden doen, dan pakte de Herder zijn knots en jaagde het
wilde dier weg. Dat was wel gevaarlijk, maar dat vond de Herder niet
erg. Hij had alles over voor zijn schapen, zelfs Zijn leven.
Als het avond
geworden was en de schapen hun buikjes vol hadden gegeten, bracht de
Herder de schapen weer terug naar de stal. Daar konden ze heerlijk uit
rusten van de lange vermoeiende dag. De Herder ging zelf bij de poort
van de stal staan en telde ieder schaapje dat binnenkwam. En als er
één schaapje ontbrak, dan ging Hij dat schaapje zoeken. Al was de
Herder nog zo moe, toch ging Hij weer terug de lange weg en Hij riep
telkens weer de naam van het schaapje. Hij bleef maar roepen en wachten
of Hij misschien het geblaat van het schaapje hoorde en Hij rustte niet
eerder, voordat Hij het schaapje had gevonden. En als Hij het schaapje
had gevonden, nam Hij het schaapje heel voorzichtig in Zijn armen en
bracht het terug naar de stal. Daar verzorgde Hij het schaapje, verbond
het gebroken pootje van het schaapje, deed olie op de wonden van het
schaapje en legde het dicht bij Hem in het warme stro. Hij vertelde het
schaapje dat Hij zoveel van Hem hield en was helemaal niet boos hem.
De Herder was zo
blij en gelukkig dat Hij het schaapje weer had gevonden. Hij riep z'n
buren en vrienden en vertelde hen waarom Hij zo blij was. Hij vertelde
van het schaapje dat verdwaald was en dat Hij het weer teruggevonden
had. Ja, dit was een goede Herder.
Weet je wie de Goede
Herder is? Dat is Jezus. En weet je wie de schaapjes zijn? Dat ben jij
en alle mensen en kinderen van de hele wereld. Jezus houdt heel veel van
jou. Hij wil heel graag voor jou zorgen, je mag Zijn schaapje zijn. Als
je ongehoorzaam bent en wegloopt van de Here Jezus, dan wordt Hij
verdrietig. Hij zoekt dan net zo lang totdat Hij je heeft gevonden. Bij
Hem ben je veilig, net zo veilig als een schaapje in de armen van de
goede Herder. Want Jezus IS de Goede Herder, blijf maar dicht bij Hem,
daar is het goed.

|