
HET WONDER VAN DE 5 BRODEN EN 2 VISSEN
Jezus wilde graag alleen zijn met Zijn discipelen om uit te rusten. Zij voeren met hun boot naar de overkant van het meer van Gallilea, daar in de bergen zou het rustig zijn. Maar de mensen wilden allemaal zo graag bij Jezus zijn en zij trokken rond het meer tot ze ook weer bij Jezus waren. Er kwamen steeds meer mensen en tenslotte waren er wel 5000 mannen, de vrouwen en kinderen waren nog niet eens meegeteld. Zij brachten de zieken bij Jezus want ze wilden zo graag dat Hij ze weer beter zou maken. Jezus was erg moe, maar toch stuurde Hij de mensen niet weg. Hij maakte de zieken beter en vertelde de mensen van Zijn Vader in de Hemel en van het Koninkrijk van God. De mensen luisterden vol aandacht. Het was zo heerlijk om naar Jezus te luisteren, ze wilden geen woord missen. Ze vergaten alles om zich heen en dachten niet aan eten. Ze merkten niet eens dat de zon steeds lager zonk, straks zou het donker zijn. Ze waren in een afgelegen streek, waar geen eten te koop was, daarvoor moesten ze eerst nog ver lopen. Zo ging de dag voorbij en niemand dacht er aan dat al deze mensen nog moesten eten.
Maar de discipelen zeiden tegen Jezus: "Stuurt U de mensen nu maar naar huis, dan kunnen ze naar de dorpen en boerderijen in de omgeving om eten te gaan halen. Dat er ook arme mensen bij waren, die niet eens geld hadden om eten te kopen, daar dachten zij niet aan. Jezus keek de discipelen aan en zei: "Geef jullie hen maar te eten". De discipelen reageerden verbaasd. Hoe konden zij nu al deze duizenden mensen eten geven? Ze verzamelden al het eten dat er na deze lange dag nog over was en dat waren 5 broden en 2 vissen. Er was een jongetje dat deze broden en vissen bij zich had in een mand, die mochten de discipelen hebben. Maar dat was toch niet genoeg om meer dan 5000 mensen eten te geven, hoe wilde Jezus dat toch doen? Ze gaven het brood en de vissen aan Jezus. "Laat de mensen gaan zitten in groepen van 50 of 100", zei Jezus. Toen nam Hij het brood en de vissen, dankte God voor het eten en brak het brood. Hij deed de stukken brood in manden en zei tegen de discipelen dat zij het uit moesten delen. En Hij bleef brood breken en vulde nog een mand, en nog één en nog véél meer. Al die manden met brood en vis deelden de discipelen uit aan al die groepen mensen. Zij konden net zo veel eten als zij wilden en toen was er nog brood en vis over.
Toen iedereen genoeg had gegeten zei Jezus tegen de discipelen dat zij het brood en de vissen, die over waren moesten verzamelen. "Niets mag er verloren gaan", zei Hij. Dat deden ze en weet je hoeveel er toen nog over was? Twaalf manden vol. Onbegrijpelijk hè, dit wonder had Jezus gedaan. Van 5 broden en 2 vissen had Hij meer dan 5000 mensen te eten gegeven en daarna waren er nog 12 manden met brood over.
De mensen waren heel erg onder de indruk van het wonder dat Jezus had gedaan. Jezus was zo machtig, Hij wilde vast ook wel Koning worden over hun land en de Romeinen verjagen. Ze begonnen te juichen en te roepen dat Jezus Koning moest worden.
Maar ze hadden nog niet begrepen dat het Koninkrijk van God niet van deze aarde was, maar een Koninkrijk in de Hemel van mensen die in Hem geloofden. Dat zou een Koninkrijk zijn dat eeuwig zou duren en altijd zou blijven bestaan. Jezus wilde geen koning zijn, die ging vechten, maar Hij wilde vrede brengen in de harten van mensen.
Het maakte Hem verdrietig dat de mensen dit niet begrepen. Hij stuurde alle mensen naar huis en de discipelen ook. Het werd donker en stil Toen ging Jezus de berg op in de stilte om met Zijn Vader in de Hemel te praten.
![]()
Webdesign: Cobi van der Hoeven