www.deparels.net

De Wijzen uit het Oosten

Heel ver weg in een vreemd land in het Oosten, waar de zon opgaat, woonden wijze mannen. Ze worden ook wel magiërs genoemd of sterrenwichelaars. Deze mannen hadden veel geleerd over de sterren en zij wisten de betekenis van de sterren. Op een nacht keken ze weer naar de sterren en zagen opeens een nieuwe, hele mooie, schitterende ster aan de hemel. "Oh….kijk eens", zeiden ze tegen elkaar, "wat een prachtige ster is dat. Dit betekent dat er ergens een heel voornaam en belangrijk kindje is geboren, een jonge koning. Zo'n mooie ster hebben we nog nooit gezien, dus het moet een hele machtige, bijzondere koning zijn, zoals er nog nooit één is geweest. Laten we hem gaan zoeken en aanbidden.

En zo gingen de wijze mannen op weg. Het was een lange kleurige stoet van wijze mannen met hun knechten die kostbare kado's droegen voor de kleine jonge koning, goud, wierook en mirre. Het was een lange gevaarlijke reis, die de wijzen moesten maken. Door woestijnen, bergen en dalen. Er waren rovers en wilde dieren. Maar in de harten van de wijzen was blijdschap, want iedere avond zagen zij weer die mooie, flonkerende, schitterende ster. De ster ging voor hen uit en wees hun de weg.

Zo kwamen ze aan in het land van de Joden. Ze vroegen overal: "Waar is de koning van de Joden geboren? Wij hebben zijn ster in het Oosten gezien". Niemand van de Joden wist waar de kleine koning was geboren. Ze kwamen in Jeruzalem aan bij het paleis van koning Herodes. Zij vroegen het ook bij de paleispoort: "Is hier de koning der Joden geboren?" Maar niemand kon hen antwoord geven.

Koning Herodes hoorde van zijn dienaren, dat Wijzen uit het Oosten op zoek waren naar een jonge koning, die geboren moest zijn. Herodes was een slechte boze koning en hij schrok heel erg. Hij was bang dat die jonge koning hem of zijn zonen van de troon zou stoten. Dat mocht niet gebeuren." Hij riep de schriftgeleerden bij zich, dat waren hele knappe mannen, die alles wisten van de geschiedenis van de Joden. De schriftgeleerden vertelden Herodes dat er stond geschreven, dat de Messias geboren zou worden, die het volk Israël zou leiden. "Waar zou hij geboren worden?"vroeg Herodes angstig. "In Betlehem", antwoordden de schriftgeleerden.

Herodes riep de Wijzen bij zich en hij deed heel vriendelijk en aardig tegen hen. Hij deed net of hij ook heel graag de jonge koning wilde aanbidden. "Ga maar naar Betlehem, daar is de jonge koning geboren. En als je hem gevonden hebt, wil je dan mij komen vertellen waar ik de jonge koning kan vinden? Dan ga ik hem ook aanbidden", zei Herodes. Maar dat was Herodes helemaal niet van plan, hij wilde het kindje helemaal niet aanbidden, maar juist kwaad doen.

De Wijzen gingen weer op weg, nu naar Betlehem en de ster bleef staan boven een klein eenvoudig huisje in Betlehem. Ze gingen naar binnen en vonden daar het kindje Jezus bij zijn moeder op schoot. Ze waren zo blij dat ze koning Jezus hadden gevonden en knielden voor hem neer. De kostbare kado's gaven ze aan het kindje, zoals je doet bij een jonge koning, die is geboren. Ze hadden er alles voor over gehad om het kindje Jezus te vinden, wat waren ze nu gelukkig. Dat de jonge koning niet in een paleis woonde vonden ze helemaal niet raar. Ze wisten en geloofden dat Jezus de Messias, de Redder zou worden van alle mensen.

Diezelfde nacht droomden de wijzen allemaal dezelfde droom. Ze hoorden een stem, die hen zei om niet terug te gaan naar koning Herodes omdat hij een bedrieger was en het kindje kwaad wilde doen.

De Wijzen vertrokken weer . Maar ze gingen niet langs koning Herodes, maar via een andere weg terug naar huis.

 Hun hele leven waren ze gelukkig en blij omdat zij geloofden dat het kindje Jezus ook voor hen op aarde was gekomen.