|

De Wijzen uit het Oosten
Heel ver weg in een vreemd land in het
Oosten, waar de zon opgaat, woonden wijze mannen. Ze worden ook
wel magiërs genoemd of sterrenwichelaars. Deze mannen hadden
veel geleerd over de sterren en zij wisten de betekenis van de
sterren. Op een nacht keken ze weer naar de sterren en zagen
opeens een nieuwe, hele mooie, schitterende ster aan de hemel.
"Oh….kijk eens", zeiden ze tegen elkaar, "wat
een prachtige ster is dat. Dit betekent dat er ergens een heel
voornaam en belangrijk kindje is geboren, een jonge koning. Zo'n
mooie ster hebben we nog nooit gezien, dus het moet een hele
machtige, bijzondere koning zijn, zoals er nog nooit één is
geweest. Laten we hem gaan zoeken en aanbidden.
En zo gingen de wijze mannen op weg. Het was een lange
kleurige stoet van wijze mannen met hun knechten die kostbare
kado's droegen voor de kleine jonge koning, goud, wierook en
mirre. Het
was een lange gevaarlijke reis, die de wijzen moesten maken.
Door woestijnen, bergen en dalen. Er waren rovers en wilde
dieren. Maar in de harten van de wijzen was blijdschap, want
iedere avond zagen zij weer die mooie, flonkerende, schitterende
ster. De ster ging voor hen uit en wees hun de weg.
Zo kwamen ze aan in het land van de Joden. Ze vroegen overal:
"Waar is de koning van de Joden geboren? Wij hebben zijn
ster in het Oosten gezien". Niemand van de Joden wist waar
de kleine koning was geboren. Ze kwamen in Jeruzalem aan bij het
paleis van koning Herodes. Zij vroegen het ook bij de
paleispoort: "Is hier de koning der Joden geboren?"
Maar niemand kon hen antwoord geven.
Koning Herodes hoorde van zijn dienaren, dat Wijzen uit het
Oosten op zoek waren naar een jonge koning, die geboren moest
zijn. Herodes was een slechte boze koning en hij schrok heel
erg. Hij was bang dat die jonge koning hem of zijn zonen van de
troon zou stoten. Dat mocht niet gebeuren." Hij riep de
schriftgeleerden bij zich, dat waren hele knappe mannen, die
alles wisten van de geschiedenis van de Joden. De
schriftgeleerden vertelden Herodes dat er stond geschreven, dat
de Messias geboren zou worden, die het volk Israël zou leiden.
"Waar zou hij geboren worden?"vroeg Herodes angstig.
"In Betlehem", antwoordden de schriftgeleerden.
Herodes riep de Wijzen bij zich en hij deed heel vriendelijk
en aardig tegen hen. Hij deed net of hij ook heel graag de jonge
koning wilde aanbidden. "Ga maar naar Betlehem, daar is de
jonge koning geboren. En als je hem gevonden hebt, wil je dan
mij komen vertellen waar ik de jonge koning kan vinden? Dan ga
ik hem ook aanbidden", zei Herodes. Maar dat was Herodes
helemaal niet van plan, hij wilde het kindje helemaal niet
aanbidden, maar juist kwaad doen.
De Wijzen gingen weer op weg, nu naar Betlehem en de ster
bleef staan boven een klein eenvoudig huisje in Betlehem. Ze
gingen naar binnen en vonden daar het kindje Jezus bij zijn
moeder op schoot. Ze waren zo blij dat ze koning Jezus hadden
gevonden en knielden voor hem neer. De kostbare kado's gaven ze
aan het kindje, zoals je doet bij een jonge koning, die is
geboren. Ze hadden er alles voor over gehad om het kindje Jezus
te vinden, wat waren ze nu gelukkig. Dat de jonge koning niet in
een paleis woonde vonden ze helemaal niet raar. Ze wisten en
geloofden dat Jezus de Messias, de Redder zou worden van alle
mensen.
Diezelfde nacht droomden de wijzen allemaal dezelfde droom.
Ze hoorden een stem, die hen zei om niet terug te gaan naar
koning Herodes omdat hij een bedrieger was en het kindje kwaad
wilde doen.
De Wijzen vertrokken
weer . Maar ze gingen niet langs koning
Herodes, maar via een andere weg terug naar huis.
Hun hele leven
waren ze gelukkig en blij omdat zij geloofden dat het kindje
Jezus ook voor hen op aarde was gekomen.



|