
Adam en Eva
God riep:
"Adam, m'n Zoon,
Ik zoek je al zo lang...."
Maar Adam had zich verstopt
want Adam was bang.
Hij had
gegeten van de boom,
waarvan God had gezegd:
"Daarvan mag je niet eten".
Maar Eva zei: "Dat mag best".
Toen kregen
ze straf
ook al hadden ze spijt
ze mochten niet meer wonen
in dat mooie Paradijs.
God bleef van
hen houden
zorgde voor hen dag en nacht
maar het was anders geworden
dan God had bedacht.
