|
JOHANNES DE DOPER
Weet
je nog wie Johannes was? Hij was de zoon van Zacharias en
Elisabeth, die oude mensen, die nog een kindje kregen toen ze al
heel oud waren, weet je nog? Nu was Johannes een man geworden. Het
was 30 jaar geleden dat de engel Gabriël eerst bij Zacharias en
later bij Maria kwam om te vertellen dat ze een zoon zouden
krijgen. Johannes zou een hele mooie taak krijgen, maar hij moest
nog wel leren hoe hij die taak moest vervullen. Daarom ging hij
helemaal alleen naar de woestijn om in de stilte dicht bij God te
zijn. Johannes leefde daar van sprinkhanen en wilde honing. Hij
droeg een jas van kameelhaar met een leren riem er om heen, meer
had hij niet nodig. En daar in die woestijn leerde God Hem wat hij
mocht gaan doen. Johannes mocht aan de mensen bekend gaan maken
dat de Zaligmaker gekomen was. Hij mocht de mensen gaan vertellen,
dat deze Zaligmaker alle mensen zou redden van de zonden, van alle
verkeerde dingen, die ze hadden gedaan. Dat wilde Johannes graag
doen, want zijn vader had hem al verteld dat hij een bijzondere
taak zou krijgen van God.
Nu
mocht Hij gaan vertellen dat de Koning kwam. Geen aardse koning
met een paleis, maar een Hemelse Koning. Geen vechtkoning, maar
een Koning van vrede. Zijn Koninkrijk zou in de Hemel zijn en
iedereen die van deze Koning hield, zou in dat Koninkrijk mogen
wonen. Maar dan kon je geen verkeerde dingen meer doen, want bij
deze Koning hoorde alleen maar Liefde en mooie en goede dingen. Je
kon daar alleen maar wonen als je spijt had van alle zonden, die
je had gedaan en anders wilde gaan leven.
Deze
blijde boodschap vertelde Johannes aan alle mensen die naar de
Jordaan kwamen, want daar was hij heen gegaan. De Jordaan was een
water waar veel mensen langs kwamen die naar Jeruzalem gingen. Zij
luisterden naar Johannes en kregen heel veel spijt van alle
verkeerde dingen die ze hadden gedaan. Ze wilden graag anders en
beter gaan leven, zoals God het wilde. Deze mensen werden door
Johannes gedoopt. Ze gingen helemaal onder in het water van de
Jordaan. Zoals hun lichaam schoon gewassen werd van het vuil, zo
maakte God hun hart schoon van de zonden. Dat betekende deze doop.
De meeste mensen wilden dat graag en zij lieten zich allemaal
dopen. Maar ook toen waren er mensen die maar net alsof deden en
helemaal geen spijt hadden van hun zonden. Johannes werd boos op
deze mensen en vertelden hen dat ze ècht anders moesten gaan
leven en niet doen alsof.
Op
een dag kwam Jezus naar Johannes toe bij de Jordaan. Ook Hij was
een volwassen man geworden, maar bijna niemand wist nog wie Hij
was. Jezus wilde zich laten dopen door Johannes, maar Johannes
schrok daar van. "Nee, niet ik moet Ú dopen, maar U moet
míj dopen", zei Johannes. Jezus was zonder zonden, Hij had
nog nooit iets verkeerds gedaan. En tóch wilde hij zich laten
dopen. Hij wilde net als alle mensen zijn en Hij zei tegen
Johannes dat hij Hem móest dopen.
Johannes
en Jezus gingen de Jordaan in en het water spoelde over Jezus
heen. Toen Hij weer omhoog kwam uit het water gebeurde er iets
heel moois. De Hemel opende zich en een stralend licht scheen op
Jezus. De Heilige Geest daalde op Hem neer, als een lichte witte
duif. Dat was God zelf en Zijn stem sprak de volgende woorden:
"Dit is Mijn Zoon, waar ik veel van houd, in Hem vind ik
blijdschap". Toen wist Johannes het heel zeker. Dìt was de
Zaligmaker, dit was de Koning, dit was de Redder van alle mensen,
dit was Jezus Gods eigen Zoon. Hij was gekomen om alle mensen
gelukkig te maken. En Jezus ging weer weg, de woestijn in om dicht
bij God te zijn en met Hem te praten.
Johannes
wist dat zijn werk nu gauw voorbij zou zijn. De Zaligmaker was nu
gekomen. De mensen moesten nu naar Hèm gaan luisteren. Johannes
had mogen vertellen, dat de Zaligmaker zòu komen en dat de mensen
zich moesten bekeren. Hij was maar een knecht van de Koning. Maar
Jezus was zèlf de Koning van het Koninkrijk in de Hemel, nu
moesten de mensen naar Hèm gaan luisteren.
Ook
jij mag naar Jezus luisteren en van Hem leren. Je mag lezen en
leren uit de Bijbel over het leven van Jezus. Je mag leren wie Hij
was en hoe Hij leefde. Je mag ontdekken hoe veel Hij van je houdt
en dat jij ook bij Hem mag horen. Jezus houdt van alle kinderen en
van alle mensen, groot en klein op de hele wereld.

|